Kaise badal gaile itná
hoe ben je zo veranderd
hoe ben je zo veranderd
dat je mij niet meer kent
waar ben je naartoe gegaan
nadat je mijn leven overhoop hebt gehaald
neem toch van mij aan, lief
dat je elke avond nog in mijn dromen verschijnt
dagelijks zoek ik nog overal in huis naar jou
zie ik je in de kamers
kom toch weer terug, lief
hoe zullen de dagen en nachten
voorbijgaan zo ver van jou
hoe het leven door te brengen
jij zult toch ook wel verdrietig zijn
denkt toch ook aan mij
zoals ik aan jou
denk dan niet meer langer na
kom nu toch weer terug
onze adem is verbonden met elkaar
met een niet te breken koord
zeg mij toch, hoe zal ik kunnen leven
gescheiden van jou
hoe zal ik kunnen ademen
om mij slechts dit te vertellen
kom weer terug
Tu tani se lage hai
je lijkt een beetje op mij
je lijkt een beetje op mij
ik ben ook een beetje in jou
als de wind voorbij gaat en jou aanraakt
lijkt het alsof iemand ook mij heeft aangeraakt
zie toch hoe jij en ik in dit leven
met elkaar zijn vervlochten
zoals Shankar met Parvati,
Radha met Krishna
in het dorp van de liefde zijn wij van hetzelfde ras
wij zijn twee lichamen, één ziel
toen de harde middagwind jouw hoofddoek
van je wangen verschoof
voelde het alsof ’s ochtends iemand stiekem
de deken van mijn lichaam wegnam
in het dorp van de liefde zijn wij van hetzelfde ras
wij zijn twee lichamen, één ziel
tore dulár
jouw liefde
door de warmte van jouw liefde
brandt de kleioven
door de wind van jouw wapperende sjaal
val ik in slaap
door het licht in jouw ogen
blijft het licht
door het gerinkel van jouw armbanden
ontwaakt de ochtend
mijn gedachten zijn al jong uitgehuwelijkt
ik ben verbonden met jou
al het goud van mijn lichaam is gesmolten
door de warmte van jouw lichaam
beetje stil zit je
naast de schommel
wanneer gaan we samen schommelen
wanneer gaan we samen schommelen in de wind
door de lijnen van jouw hand
stroomt mijn lot
kantráki
contractarbeider
overgevaren over zeven zeeën
een nieuw land beloofd
hoe zijn we geronseld door hen en meegenomen naar Suriname
kleding, voedsel, sieraden
alle hoop gebonden in een plunje
met de zegen van God Rama in onze handen
afhankelijk van vreemden op het water
met een beetje spijt en met pijn in het hart
breken er misschien nu betere tijden aan
en krijgen ook wij na jarenlang wachten
een stukje warmte van de zon
een paar maanden samen op het schip
ontstaan er onderling banden
het contract goed opgeborgen
komen er allerlei gedachten op
wat voor soort mensen zullen we ontmoeten in dat land
zal de oogst goed zijn
na vijf jaren heel hard werken en sparen
zal ik terugkeren naar mijn dorp
na zo een lange tijd in Suriname
zal alles langzaam wel wennen
nu na zo hard werken
alles achter moeten laten en teruggaan
blijf maar hier zegt het hart
de staat steunt ook met een stuk grond
maar in een hoekje van mijn hart
blijft nog de droom op een dag
terug te keren naar mijn dorp
assie din
tachtig dagen
zoals het was
zo zal het leven niet meer zijn
toen jij nog bij mij was
nu heb je mij alleen achtergelaten
voor wie, bij wie
tachtig dagen al heb ik je niet meer gezien
tachtig dagen al heb ik je niet meer gevoeld
tachtig dagen al heb ik niet meer geleefd
ik lees de brief die je hebt achtergelaten
waarin je uitlegt waarom je bent weggegaan
je bent vertrokken maar hebt wel iets
van jezelf achtergelaten
je schaduw ben je hier vergeten
waarom toch ben je niet de mijne gebleven
geef me nog een kans met jou, bij jou
geef me nog een leven met jou, bij jou
tor jawaniá
jouw jeugd
jouw jeugd is al oud geworden
wat nu
niemand fluit of knipoogt meer naar je
niemand fluistert meer lieve woordjes in je oor
de jongens kijken je ook niet meer na
wat nu
je heupen wiegen niet meer zo soepel
jongens ontwijken je als ze je tegenkomen
hoe uitdagend je er ook bijloopt
wat nu
de buurman gluurt niet meer naar je
en kijkt ook niet meer als je de voortuin schoonmaakt
je rok is in prijs gedaald
wat nu
na jáne kaise
ik weet niet hoe
ik weet niet hoe jou
te vertellen dat je mijn leven bent
waarom blijf je zo ver van mij
waarom ben je niet dicht bij me
kijk toch niet zo naar me
een beetje lachend
uit de hoeken van je ogen
kom naar me toe en vertel me
waar je hart vol van is
waarom zeg je niet openlijk
dat je de mijne bent
geef me een plekje
om te zitten onder de
schaduw van je wimpers
leg voor even jouw hand in de mijne
en loop samen met mij
pas dan zal ik
met hart en ziel geloven
dat je de mijne bent
áyge phino laut ke
mijn goede gesteldheid is weer teruggekeerd
mijn goede gesteldheid
is weer
vanwaar
enkele wensen van het hart
als een prop
in een hoek zijn gegooid
de ouderdom zoekt
naar het muntstuk van de jeugd
om het een gouden bad te geven
já ná bol
zeg niet dat je van me houdt
zeg niet dat je van me houdt
ik geloof je niet
zolang je ‘t niet zeker weet
zeg niet dat je van me houdt
zolang je je gevoelens
niet hebt gezeefd
zeg niet dat je van me houdt
als je voor me verschijnt
verstoor je mijn droom, waarom
alleen in die dromen lijkt het
alsof je dicht bij me bent
waarom lijkt het toch zo
dat wij met elkaar verbonden zijn
zeg niet dat je van me houdt
zolang je ’t niet zeker weet
mijn ogen zoeken de jouwe
om jouw gedachten te lezen
laat me in mijn dromen
nog even met je spelen
ik ben in de wolken
als ik aan je denk
mijn hart verlangt ernaar jou
aan te raken wanneer ik je zie
en ik dans in de wind
zeg niet dat je van me houdt
zolang je ’t niet zeker weet
jab toke dekhilá to
als ik jou zie
als ik jou zie
verlies ik mijn bewustzijn
kijk toch ook eens mijn kant op
ik kijk al lang naar jou
elke dag stuur ik met de wind
deze boodschap mee
dat die jou in je oor fluistert
dat jij degene bent die ik aanbid
dag en nacht zie ik jou
in mijn dromen
hoe ik samen met jou wandel
in bloementuinen
hoe ik je langzaam
teder naar me toetrek
dat de wind jou in je oor fluistert
dat ik jou elke dag in mijn hart aanbid
bewust kruis ik je pad
in de hoop dat je mij misschien ziet
weet dat je in elke spier van mij bent
in mijn lichaam, in mijn bloed
hoe kan ik dan niet aan je denken
hoelang hou ik het nog vol zonder jou